Blink Text Maker - http://www.blinktextmaker.com

Van Camp Julien
Werkzame bestanddelen
Iedere goedgekeurde, of toegelaten meststof, is voorzien van het stempel met de letters NPK.
N is het scheikundige symbool voor Stikstof, P staat voor Fosfor en K staat voor Kalium.
Daarnaast bevatten de meststoffen nog een reeks aan sporenelementen. Dit zijn stoffen die in
uiterst lage doseringen aanwezig zijn. Het gaat te ver om al deze elementen uitvoerig in dit
subhoofdstuk onder de loep te nemen.
Stikstof (N) wordt door de boom opgenomen en zorgt voor algemene groei. Fosfor (P) zorgt
o.a. voor de knopontwikkeling, de eventuele bloei. Kalium (K) zorgt er o.a. voor dat de takken
goed “afharden”. De boom krijgt hierdoor een betere skelet opbouw, voor zover er sprake kan
zijn van een skelet. Elk van deze bestanddelen ondersteunen ieder apart dan wel gezamenlijk
een deel in de ontwikkeling van de plant of boom. Door nu te variëren in de doseringen met
deze elementen valt met grote nauwkeurigheid een plant of een boom in zijn ontwikkeling te
beïnvloeden. Meststoffen worden dan ook niet anders dan in de juiste dosering, het juiste
jaargetijde en het juiste groeiritme aangepast en toegepast.
Doel van het bemesten.
Een zeer vaak gestelde vraag in de Bonsaikunst is wel “Hoe moet ik mijn Bonsai bemesten”. Ook
dit is niet zomaar even aan te geven zoals u wellicht zult begrijpen. Eigenlijk moet u de vraag
anders stellen namelijk “Wat is het doel dat ik bereiken wil met het bemesten”.
Voorbeeld 1:
Stel ik ben in het bezit van een Bonsai die nog in de opbouwfase zit. Het enige doel dat ik
voor ogen heb is het laten groeien van zowel stam als takken. Ik wil immers een gezonde boom
waarin ik zonder vrees snoeien kan. We hebben net gezien dat N zorgt voor een algemene
groei. Dus we kiezen een meststof waarbij de waarde N verhoudingsgewijs “hoog” ligt
vergeleken met de andere elementen. We kiezen dan bv. 15-10-6 (NPK). Heb ik daarentegen
een boom die relatief ver ontwikkeld is, keurig gestileerd, dan is de voeding uitsluitend
bedoeld om de boom te onderhouden. Ik kies dan een meststof met een veel lager N gehalte bv.
3-8-6 (NPK).
Voorbeeld 2:
Ik wil een boom overwinteren. Om de boom goed te kunnen overwinteren dient de boom
“afgehard” te zijn. Met ander woorden, de groei moet stoppen, de knoppen moeten in goede
conditie zijn zodat ze in het voorjaar weer goed uitlopen. De voedingstoffen moeten in de stam
en het wortelstelsel “afzakken” waar ze een voorraad vormen voor het komende voorjaar.
Heeft het dan zin enig tijd voor de winter te bemesten met een meststof met de waarden 15-
10-6 (NPK). Nee dus. De relatief hoge waarde N zorgt immers voor groei en dat is nou net niet
wat we willen. Beter zou een meststof zijn met een relatief hoge K waarde en een zeer lage N
waarde bv. 3-5-26 (NPK).
Dus niet het “Hoe moet ik mijn Bonsai bemesten” maar “Wat is doel wat ik met de bemesting
bereiken wil” is belangrijk. Er zijn tal van combinaties van de waarden van NPK te bedenken.
Helaas vraagt iedere Bonsai om een andere manier van bemesten. Simpelweg om het feit dat
geen enkele Bonsai gelijk is. Bemesten is onontbeerlijk maar Weet waarvoor je het inzet. Kun
je dus de zogenaamde “Buxusmest” inzetten voor het bemesten van Bonsai. U mag het zeggen.
Wanneer met bemesten beginnen?
Men begint met bemesten in het voorjaar wanneer de sapstroom weer op gang gekomen is en
eindigt in de herfst. Doorgaans Maart t/m Oktober. Helaas is het weer in dit kikkerlandje nog
altijd de beperkende factor. Kijk niet op de kalender maar observeer de boom. Vergeet een
ding echter niet. De maand Oktober is bijzonder belangrijk.
Vaste of vloeibare meststoffen?

Ze kennen alle twee hun voor- en nadelen. Vaste meststoffen ook wel organische meststoffen,
liggen lang en hun werking is langdurig. Vaak moet dierlijk materiaal tussen beiden komen om
de meststof voor te bewerken. Daarna moeten de stoffen oplossen in water. Pas daarna is de
boom in staat ze uit de grond te filteren. Doordat ze zolang liggen / werken, zijn ze moeilijk
te doseren. Vloeibare meststoffen ook wel chemische meststoffen, geven vaker de kans op
verzouten van de aarde. Spoelen sneller uit waardoor er vaker bemesting toegediend moet
worden. Ze zijn daarentegen zeer nauwkeurig te doseren.
Kiest men voor de vloeibare vorm, bemest dan eens in de 1 a 2 weken (afhankelijk van de
boomsoort en de weersomstandigheden). Hou daarbij dezelfde dag van toedienen aan. Hierdoor
ontstaat een bepaald ritme dat een gunstige uitwerking heeft op de boom.
Bomen die nog getraind moeten worden kunnen rustig wat "zwaarder" bemest worden dan
reeds gevormde bomen. Zou je te sterk gaan bemesten bij een reeds gevormde boom dan
kunnen naalden, bladeren of internodien negatief beïnvloed worden. Nog steeds bestaan er
geen vaste regels, helaas, door ervaring zal kennis hierin opgedaan moeten worden. Iedere
boom reageert anders op toediening van meststoffen.
Bladbemesting.

Deze vorm van bemesting wordt veel toegepast binnen de Bonsaikunst zij het met name door de
wat ervarene Bonsailiefhebber. Zoals het woord al zegt wordt hierbij de meststof
rechtstreeks op het blad/naalden gespoten. Daar de bomen nog in de ontwikkelingsfase zitten
word het grootste nadeel geringer. Door deze vorm van bemesten neemt de grote van het blad
of de naalden bij langdurig toepassen, sterk toe. Dit is in een later stadium te verbeteren want
het is materiaal in opbouw. De meststoffen worden zeer snel opgenomen en ontlasten hierbij
het wortelstelsel. Het zorgt voor een snellere vorming van haarwortels. Gebruik concentraties
van 0.05 % tot 0.1 % (0,5g op 1 ltr water) en vernevel dit over de boom. Is de boom aan
bladbemesting gewend dan kunnen er doorgaans “zwaardere” concentraties gebruikt worden
zonder dat de boom hier schade van ondervindt. Elke in water oplosbare meststof kunt u
hiervoor inzetten. NOOIT toepassen wanneer de boom in de volle zon staat.
Tip: Pas eens bladbemesting toe in de vorm van Visemulsie. Deze van visafval gemaakte
"meststof" geeft zeer goede resultaten. Nadeel is de stank dus pas op dat u de oplosing niet in
uw kleding krijgt.
Verbranden
De term “verbranden” wordt graag gebruikt bij het onderwerp bemesten. Maar wat gebeurt
er nu precies bij “verbranden”? Meststoffen in welke concentratie dan ook zijn niets anders
dan een hoeveelheid zouten. Op het moment dat de concentratie zouten te hoog word in het
grondmengsel, onttrekt het zout, water uit zijn directe omgeving. Dat kan water zijn tussen de
korrels van het grondmengsel maar ook celvocht van de “haarwortels”. Deze uiterste uiteinden
van de wortels zijn in staat voeding, water, lucht etc. uit hun omgeving op te nemen. Doordat
het zout, de mest dus, celvocht onttrekt uit de haarwortels, sterven deze af. De boom echter
heeft volop water nodig om zijn bladeren, dan wel zijn naalden, te kunnen verzorgen. Gevolg:
door het tekort aan water, immers hij kan door de dode cellen geen water meer opnemen,
verwelken de bladeren, of verkleuren de naalden en vallen tenslotte af. Het “verbranden” dus.
Het is dus heel goed mogelijk dat het grondmengsel vochtig aanvoelt en de boom toch de
verschijnselen van het “verbranden” vertoont.
Tip: uw Bonsai of Pre-Bonsai kan niet " verbranden wanneer u voorafgaande aan het bemesten
zorgt voor voldoende water in de wortelkluit.
Tips
· Osmocote, een populaire meststof, geeft zijn werkzame bestanddelen pas af bij een
temperatuur die hoger ligt dan 15 graden C. Organische meststoffen doen dit overigens ook
pas bij deze temperatuur. Meststoffen op basis van chemische stoffen geven bij een lagere
temperatuur hun werkzame bestanddelen af (muv Osmocote dus)
· Pas opgepotte of verpotte bomen worden niet eerder dan 6 a 8 weken na het oppotten weer
bemest op hun wortelstel, maar kunnen direct na het oppotten bemest worden met
bladbemesting (liefst dagelijks). Zorg daarbij dat er niet te veel water in het grondmengsel
lekt. De wortels kunnen dit water immers niet of nauwelijks opnemen.
· Zieke of zwakke bomen worden niet bemest. Een uitzondering op deze regel vormt de
toepassing van een hele lage dosering bladbemesting. Dit vereist echter enige ervaring en is
daarom niet voor een ieder aan te raden. Helaas gaan veel mensen juist bij zieke of zwakke
bomen tot bemesting via het wortelstelsel over omdat ze menen dat ze hierdoor de boom
kracht tot leven geven. Het betekent echter vaak de dood van menig boom.
· NOOIT bladbemesting toepassen wanneer de boom in de volle zon staat. Eveneens bemest u
niet wanneer de luchtvochtigheidsgehalte aan de lage tot zeer lage kant is.
· Laat een boom waarop bladbemesting toegepast is de kans om de werkzame bestanddelen op
te nemen. Niet toepassen vlak voor een regenbui. Niet toepassen vlak voordat de zon opkomt
of zich er veel dauw vormt.
· NOOIT bemesten op een droog grondmengsel. Vooraf altijd eerst water toedienen en dan
overgaan tot bemesten daarna weer water toedinenen.
· Vogels zijn grote liefhebbers van organische meststoffen vanwege het dierlijk voedsel dat zij
erin kunnen vinden. Vogels kunnen op hun zoektocht grote schade aanbrengen aan het
aardoppervlak. Dek het oppervlak af met een stukje gaas. Gebruikt u hiervoor groen gaas dan
valt het in het mos ook niet zo erg op en het mos kan er ongehinderd doorheen groeien.
Bladbemesting NOOIT toepassen op een Picea. De Picea reageert erop als op het
verschijnsel zure regen. Hij laat zijn naalden vallen.
Organische meststoffen zijn gemakkelijk te combineren met vaste chemische meststoffen. Vul
een oude panty met een mengsel van oude verteerde organische mest en een vaste chemische
meststof. Vul hem zodanig dat er een soort van worst ontstaat. Door nu op verschillende
afstanden van elkaar een draadje om de panty vast te maken ontstaan er afzonderlijk stukken
gevulde panty welke aan weerszijden afgesloten zijn. Knip de panty tussen de afzonderlijke
delen, door. Door deze vervolgens iets plat te drukken ontstaan er schijven. Deze laten zich
goed op het aardoppervlak leggen. Keer op keer als we gieten dringt er water door de panty en
spoelt een kleine hoeveelheid meststof mee uit de panty. Vogels hebben geen kans en de
schijven zijn makkelijk aan te brengen en te doseren. Verwijderen is eveneens bijzonder
eenvoudig.

Bemesten
Vorige
Volgende